ECLI:NL:CRVB:2010:BL7110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij politieambtenaar
Appellant, sinds 1976 in dienst bij de politie, kreeg op 2 oktober 2006 een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim, met een proeftijd van drie jaar. Na vermeende nieuwe ernstige plichtsverzuimen binnen deze periode, legde de korpsbeheerder hem op 16 juli 2007 onvoorwaardelijk ontslag op.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het ontslagbesluit een nieuwe disciplinaire straf betrof en betwistte de feiten en de kwalificatie als ernstig plichtsverzuim. De IBAC concludeerde dat zelfs bij het vervallen van de helft van de gedragingen, voldoende ernstig plichtsverzuim was aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het besluit van 16 juli 2007 uitvoering gaf aan het eerdere voorwaardelijke ontslag en dat de gedragingen als ernstig plichtsverzuim moeten worden aangemerkt. Er waren geen omstandigheden die de verwijtbaarheid verminderden. Het hoger beroep wordt verworpen en de proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het onvoorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.