ECLI:NL:CRVB:2010:BL7214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herziening en verrekening van bijstandsuitkering met WAO-uitkering door gemeente en UWV
Appellante ontving gedurende een lange periode bijstand van de gemeente Almere, terwijl het UWV haar later als arbeidsongeschikt beschouwde en WAO-uitkering toekende. Het College herzag de verleende bijstand en verrekende dit met het UWV, waarbij een bedrag van €201.340,05 werd opgegeven. Na bezwaar en eerdere rechterlijke uitspraken werd een onafhankelijke accountant ingeschakeld om het juiste verrekeningsbedrag te bepalen.
De accountant stelde vast dat het te verrekenen bedrag aanzienlijk lager was, tussen €6.000 en €10.000 bruto. Het College stelde daarop €10.000 bruto vast als bedrag dat ten onrechte was opgegeven voor verrekening aan het UWV. Appellante betwistte de berekening en eiste een hoger bedrag, maar kon geen voldoende bewijs leveren dat het rapport onzorgvuldig of onjuist was.
De Raad oordeelde dat het College terecht op het rapport van de accountant mocht vertrouwen en dat verrekening op jaarbasis acceptabel was gezien de feitelijke onmogelijkheid tot maandelijkse verrekening. Wel werd geoordeeld dat het bedrag van €10.000 verhoogd moet worden met wettelijke rente vanaf 27 november 2002. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het College moet een nieuw besluit nemen waarbij het bedrag van €10.000 bruto wordt verhoogd met wettelijke rente en appellante wordt in de proceskosten tegemoetgekomen.