ECLI:NL:CRVB:2010:BL7245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep afwijzing bijstandsaanvraag
Verzoeker heeft een bijstandsaanvraag ingediend die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen wegens het niet nakomen van medewerkingsverplichtingen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard door het College, en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
Verzoeker stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek om schorsing van de uitspraak, toekenning van een voorschot en een veroordeling in proceskosten. Verzoeker stelde dat hij wel medewerking had verleend en dat zijn recht op bijstand vastgesteld kon worden, mede gezien zijn schuldenlast en de dreigende woningontruiming.
De Raad stemde in met een versnelde behandeling van het hoger beroep onder de voorwaarde dat het verzoek om voorlopige voorziening zou worden ingetrokken. Verzoekers gemachtigde trok het verzoek echter niet in. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was om niet te wachten op de uitspraak van de Raad na de zitting op 23 maart 2010.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.