ECLI:NL:CRVB:2010:BL7260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker interne dienst, viel uit wegens knie- en rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Medisch onderzoek door verzekeringsartsen leidde tot vaststelling van beperkingen, die werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan selecteerde een arbeidsdeskundige geschikte functies en berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35%, waarna het UWV de uitkering weigerde.
In bezwaar werden aanvullende beperkingen aan de linkerhand opgenomen, maar de arbeidsdeskundige handhaafde de geschiktheid van de geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn knie- en handklachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad concludeerde echter dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een ander oordeel, mede omdat de klachten in 2007 verslechterden maar dat dit niet relevant was voor de situatie in 2006. Ook ontbraken objectieve medische gegevens ter onderbouwing van de handklachten.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen reden voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.