ECLI:NL:CRVB:2010:BL7265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ondanks bezwaren over medisch onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 24 augustus 2006, waarbij het UWV had vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een geregistreerde verzekeringsarts. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek niet door een geregistreerde verzekeringsarts was gedaan en dat zijn psychische beperkingen onderschat waren.
De Raad concludeerde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de arts Van den Boogard geregistreerd was, maar dat dit gebrek niet leidde tot onvoldoende zorgvuldigheid omdat een bezwaarverzekeringsarts het dossier had beoordeeld en lichamelijk onderzoek niet noodzakelijk was. De Raad oordeelde verder dat het rapport van de psychiater Jessurun niet relevant was voor de datum in geding en dat de overige medische stukken geen aanleiding gaven tot twijfel aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts.
Daarnaast werd bevestigd dat de arbeidsdeskundige onderbouwing van het UWV voldoende was en dat appellant met zijn beperkingen de voorgestelde functies kon uitoefenen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de intrekking van de WAO-uitkering. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 24 augustus 2006 wordt bevestigd.