ECLI:NL:CRVB:2010:BL7366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- R. Kruisdijk
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving vanaf 22 april 1996 een WAO-uitkering die per 5 maart 1999 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde dat hij op 13 februari 1999 een bezwaarschrift had ingediend tegen deze intrekking. Het UWV verklaarde het bezwaar echter niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen en het ontbreken van bewijs dat het bezwaar in behandeling was genomen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en overhandigde aanvullende stukken, waaronder een inlichtingenformulier waarin hij meldde in afwachting te zijn van een beslissing op het bezwaarschrift. De Raad overwoog dat het tijdstip van bezorging van een bezwaarschrift kan gelden als ontvangsttijdstip als aannemelijk is dat het bezorgd is. De Raad vond echter, net als de rechtbank, dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift op 13 februari 1999 was ingediend. De inconsistenties in verklaringen en het feit dat appellant jarenlang geen actie had ondernomen, ondanks bekendheid met bezwaar- en beroepsprocedures, versterkten dit oordeel.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de intrekking van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.