ECLI:NL:CRVB:2014:2493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- J.J.T. van den Corput
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAZ-uitkering op grond van gelijke arbeidsongeschiktheidscriteria met WAO
Appellant was sinds 2 maart 1995 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 5 maart 1999 in, omdat appellant volgens de WAO-beoordeling niet langer arbeidsongeschikt was. Vervolgens werd ook de WAZ-uitkering beëindigd, nadat appellant had aangegeven dat hierover geen beslissing was genomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging van de WAZ-uitkering ongegrond, omdat de WAO-uitkering reeds terecht was beëindigd en de arbeidsongeschiktheidscriteria van WAO en WAZ gelijk zijn. Het door appellant ingebrachte psychiatrisch rapport had geen betrekking op de relevante datum.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe feiten of argumenten aangedragen die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering per 5 maart 1999 wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.