ECLI:NL:CRVB:2010:BL7844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering met toepassing artikel 84a WAO
Appellant, een agrarisch ondernemer, was vrijwillig verzekerd onder de WAO en ontving vanaf 1991 uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Met de invoering van de WAZ in 1998 werd de AAW-uitkering omgezet in een WAZ-uitkering. Vanaf 1 juni 2003 tot 1 december 2003 betaalde het UWV de WAZ-uitkering volledig en de WAO-uitkering alleen voor het meerdere boven de WAZ-uitkering. Vanaf 1 december 2003 betaalde het UWV echter zowel de volledige WAZ- als WAO-uitkering, wat leidde tot een aanzienlijke verhoging.
Het UWV herzag de uitkering op basis van artikel 84a van de WAO en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Appellant betwistte de herziening en terugvordering, onder meer vanwege de terugwerkende kracht en de samenloopregeling, en vroeg om schadevergoeding wegens trage besluitvorming. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat artikel 84a van de WAO onverminderd van toepassing is en dat de herziening terecht heeft plaatsgevonden. Het langdurige stilzitten van het UWV gaf geen gerechtvaardigde verwachting omtrent de juistheid van de hogere betalingen. De terugvordering van bruto bedragen is gerechtvaardigd, omdat eerst moet worden vastgesteld welke bedragen ten onrechte zijn betaald voordat verrekening kan plaatsvinden. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WAO-uitkering door het UWV worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.