ECLI:NL:CRVB:2010:BL8054

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7377 ANW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante deed verzet tegen deze beslissing en voerde medische omstandigheden en problemen met een buitenlandse bank aan als verzachtende omstandigheden voor de te late betaling.

De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Wel zal het te laat betaalde griffierecht van €107,- worden terugbetaald aan appellante. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

De Raad wees appellante er verder op dat zij tegen een negatieve beslissing van de Sociale verzekeringsbank omtrent haar verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW bezwaar kan maken en daarna beroep kan instellen, zodat zij alsnog een rechterlijk oordeel kan verkrijgen over haar aanspraak.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/7377 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (Marokko), (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 november 2008, 08/1722, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 15 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 12 november 2009 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 12 november 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Bij brief van 16 januari 2010 heeft appellante een door de Raad gestelde vraag beantwoord.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 maart 2010, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak van de Raad van 12 november 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht wel is betaald, maar niet tijdig.
In de brief van 16 januari 2010 heeft appellante naar voren gebracht dat zij suikerpatiënte is, dat na haar herstel haar Marokkaanse bank weigerde het betrokken bedrag naar Nederland over te maken en dat het vervolgens enige tijd vergde voordat een familielid het bedrag op een postkantoor in Nederland kon storten. De Raad ziet hierin geen toereikende grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 107,-) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Ter voorlichting van appellante wijst de Raad nog op het volgende. De Svb heeft inmiddels - negatief - beslist op het verzoek van appellante met betrekking tot toelating tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW. Daartegen heeft appellante bezwaar gemaakt. Tegen een eventuele ongunstige beslissing op het bezwaar zal appellante beroep kunnen instellen. Dit betekent dat zij - dan - over de vraag of aanspraak bestaat op toelating tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW, in volle omvang een rechterlijk oordeel kan verkrijgen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
JL