ECLI:NL:CRVB:2010:BL8062

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4664 WAJONG-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:9 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift in Wajong-zaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen in een Wajong-zaak. De Raad van 2 december 2009 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.

Appellant deed verzet tegen deze beslissing en stelde dat het hogerberoepschrift op 20 augustus 2009 bij de Raad was ontvangen, waardoor voldaan zou zijn aan de voorwaarden van tijdige indiening volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb. De Raad stelde vast dat het afschrift van de aangevallen uitspraak correct was verzonden naar het bij de rechtbank bekende adres, en dat appellant geen adreswijziging had doorgegeven.

De termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift begon daarom op 2 juli 2009 en liep af op 12 augustus 2009. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 20 augustus 2009 ontvangen, wat te laat was. Er waren geen feiten of omstandigheden die de overschrijding van de termijn konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Uitspraak

09/4664 WAJONG-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 1 juli 2009, 08/1496, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 15 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 2 december 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 december 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Appellant heeft bij brief van 26 januari 2010 een door de Raad gestelde vraag beantwoord.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 maart 2010, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 december 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Een afschrift van de aangevallen uitspraak is bij aangetekende brief van 1 juli 2009 gezonden aan het bij de rechtbank bekende adres van appellant. Op 3 juli 2009 is deze brief bij de rechtbank terug ontvangen met de mededeling van TNT Post “vertrokken”. Vervolgens is het afschrift bij brief van 13 juli 2009 opnieuw aan appellant verzonden, ditmaal aan het adres waarop hij op dat moment blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens stond ingeschreven. Bij brief gedateerd 18 augustus 2009, bij de Raad ontvangen op 20 augustus 2009, heeft appellant hoger beroep ingesteld.
In de brief van 26 januari 2010 heeft appellant verklaard dat voorafgaand aan de verzending van het afschrift van de aangevallen uitspraak geen adreswijziging aan de rechtbank is doorgegeven. Daarmee staat vast dat het afschrift op juiste wijze is verzonden. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift aanving op 2 juli 2009 en dat 12 augustus 2009 de laatste dag was waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend.
In het verzetschrift heeft appellant betoogd dat, nu het hogerberoepschrift bij de Raad is ontvangen op 20 augustus 2009, is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb. Dit is echter reeds niet juist omdat het hogerberoepschrift niet vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd.
Het hogerberoepschrift is dus niet tijdig ingediend. Van feiten of omstandigheden die moeten leiden tot het oordeel dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar is, is de Raad niet gebleken.
Het verzet moet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
mm