ECLI:NL:CRVB:2010:BL8104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken objectief-medisch substraat voor urenbeperking
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat volgens hem sprake was van een objectief-medisch substraat voor een urenbeperking. De rechtbank Almelo vernietigde het besluit van het UWV vanwege onvoldoende motivering over de geschiktheid van de functies voor appellant, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
De rechtbank baseerde haar oordeel over de medische grondslag op het rapport van de onafhankelijke deskundige R. Graveland, die een urenbeperking van twintig uur adviseerde vanwege het whiplashsyndroom van appellant. De rechtbank week echter af van dit advies, omdat appellant objectief medisch in staat werd geacht tot werken en er onvoldoende re-integratiemaatregelen waren getroffen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat er geen toereikend objectief-medisch substraat is voor een urenbeperking. De Raad benadrukt dat het oordeel van onafhankelijke deskundigen in principe gevolgd wordt, maar dat in dit geval gegronde redenen zijn om daarvan af te wijken. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en benadrukt dat het whiplashsyndroom van appellant gericht behandeld moet worden met reactivatie en re-integratie, welke op het moment van het besluit niet adequaat plaatsvond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd wegens ontbreken van een objectief-medisch substraat voor een urenbeperking.