ECLI:NL:CRVB:2010:BL8107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 14 juni 2007 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist waren vastgesteld en dat er geen urenbeperking nodig was. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische en lichamelijke beperkingen werden onderschat en dat de voorgestelde functies te belastend waren.
De Raad overwoog dat de nieuwe medische informatie, waaronder rapportages van een neuroloog en chirurg, dateerde van ruim twee jaar na de datum in geschil en geen aanleiding gaf tot het aannemen van meer beperkingen dan in de FML waren opgenomen. Ook de informatie van GGZ Oost-Brabant en de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts werden meegewogen, waarbij rekening was gehouden met de depressieve stoornis. De Raad achtte de functies die de rechtbank geschikt had bevonden fysiek en psychisch licht en vond voldoende bewijs dat deze de belastbaarheid van appellante niet overschrijden.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.