ECLI:NL:CRVB:2010:BL8547
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot herziening weigering WUV- en WUBO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1941, heeft meerdere aanvragen ingediend voor erkenning en uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (WUBO). In eerdere besluiten uit 2002 en 2007 werd zij erkend als vervolgde en als slachtoffer van oorlogsgeweld, maar haar aanvragen voor een periodieke uitkering en toeslag werden afgewezen vanwege het ontbreken van blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit als gevolg van vervolging of oorlogsgeweld.
In 2008 diende appellante opnieuw een aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. De Raad toetste of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding konden geven tot herziening van de eerdere besluiten. Uit medisch onderzoek en informatie van behandelend artsen bleek dat de psychische klachten niet het gevolg waren van vervolging of oorlogsgeweld, maar van andere oorzaken, zoals een problematische thuissituatie in de jeugd en constitutionele migraine.
Appellante voerde aan dat haar broers wel in aanmerking waren gekomen voor uitkeringen, maar de Raad benadrukte dat medische beoordelingen individueel zijn en dat vergelijking met lotgenoten niet relevant is. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten verklaarde de Raad de beroepen ongegrond en wees de verzoeken tot herziening af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de weigering van WUV- en WUBO-uitkeringen worden ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.