ECLI:NL:CRVB:2010:BL8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige rapportages
Appellant, voormalig chauffeur beroepsgoederenvervoer, viel in juni 1992 uit wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling in het kader van het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten 2004 werd de uitkering in 2007 herzien naar 35-45% op basis van medische en arbeidsdeskundige rapportages.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van chronische pijn met energieverlies, wat een urenbeperking zou rechtvaardigen, en dat hij niet voldeed aan de opleidingseis voor een functie.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist was vastgesteld. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde voldoende waarom geen urenbeperking nodig was en waarom de belasting in de functies binnen de belastbaarheid van appellant bleef.
Verder werd geoordeeld dat appellant ondanks het ontbreken van een VMBO-diploma over voldoende taalvaardigheid beschikte voor de functie van informant busvervoer. De Raad bevestigde de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.