ECLI:NL:CRVB:2010:BL8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit ontheffing arbeidsverplichting WWB voor één jaar
Appellant was op grond van een besluit van 8 juni 2007 tot 15 mei 2008 ontheven van de arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam verklaarde het bezwaar tegen dit besluit van 8 juni 2007 ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege psychische beperkingen recht had op een ontheffing van minimaal 24 maanden.
Het College baseerde zijn besluit op een aangepast medisch advies van Aob Compaz van 15 mei 2007, waarin werd geadviseerd dat appellant eerst zijn medicijngebruik onder begeleiding moest verbeteren en dat zonder medicatie de kansen op de arbeidsmarkt nihil zijn. Het advies stelde voor om na 12 maanden de belastbaarheid opnieuw te beoordelen. De Raad achtte dit advies deugdelijk, mede omdat het gebaseerd was op informatie van de huisarts en psychiater, hoewel deze gegevens enkele maanden oud waren en er mogelijk veranderingen hadden plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank Rotterdam dat het College op goede gronden had besloten appellant niet langer dan een jaar te ontheffen. Appellant had geen nieuwe medische of andere gegevens overgelegd die een langere ontheffing rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd voor de duur van één jaar.