ECLI:NL:CRVB:2010:BL9003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellant kreeg bijstand toegekend vanaf 24 oktober 2006 en gaf een woonadres in Utrecht op. Na onderzoek door het Team Handhaving van de gemeente Utrecht bleek appellant niet op dat adres aanwezig te zijn. Huisbezoeken op 19 en 21 december 2006 leverden geen contact op, waarna het College het recht op bijstand opschortte en later introk. Appellant gaf aan voornamelijk bij een vriendin en soms bij zijn zoon te verblijven.
Het College besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dat het College aannemelijk had gemaakt dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en dat appellant onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB en dat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenplicht. Er waren geen redenen om het College te verplichten nader onderzoek te verrichten of af te wijken van het terugvorderingsbeleid. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens onjuiste woonadresinformatie.