ECLI:NL:CRVB:2010:BL9057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij re-integratievisie
Appellant ontving een WW-uitkering en maakte bezwaar tegen een re-integratievisie van het UWV waarin hij verplicht werd minimaal vier keer per vier weken te solliciteren en intensief begeleid zou worden. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat de re-integratievisie geen besluit in de zin van de Awb zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de opgelegde verplichtingen reeds uit andere regelgeving voortvloeiden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het ontbreken van een deugdelijke beschrijving van zijn rechten, zoals het recht op goede begeleiding, niet zou mogen leiden tot het ontbreken van bezwaarrecht. Het UWV trok haar eerdere standpunt in en verklaarde het bezwaar ongegrond. Uit een rapportage bleek dat het uitgangspunt zelfredzaamheid is en dat de intensiteit van begeleiding was gewijzigd van intensieve begeleiding naar monitoring, maar dat appellant inmiddels was aangemeld bij een re-integratiebedrijf voor de meest intensieve begeleiding.
De Raad stelde vast dat appellant met de aanmelding bij het re-integratiebedrijf DMK reeds de meest intensieve begeleiding krijgt en dat hoger beroep geen gunstiger resultaat kan opleveren. Appellant gaf geen nadere toelichting van zijn belang en was niet verschenen op de zitting. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.