ECLI:NL:CRVB:2012:BX9902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen ondanks kennelijke wetsverwijzingsmisslag
Appellant ontving vanaf 1 mei 2009 een WW-uitkering en maakte afspraken over re-integratie met een werkcoach, vastgelegd in een werkplan. Hij werd uitgenodigd voor sollicitatietrainingen in april 2010, maar verscheen niet. Het UWV schortte daarop de uitkering op en verlaagde deze met 25%, later gematigd tot 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de schorsing niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de verlaging af, omdat appellant bewust niet aan de trainingsverplichtingen had voldaan. In hoger beroep werd bevestigd dat een verwijzing in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder l, van de WW naar een verouderd wetsartikel een kennelijke misslag was, die per 1 juli 2012 was gecorrigeerd.
De Raad concludeerde dat deze misslag geen inhoudelijke wijziging van de verplichtingen beoogde en dat appellant bekend mocht worden verondersteld met het re-integratieplan. Het niet verschijnen op de trainingen was een schending van de re-integratieverplichting, rechtvaardigde de maatregel en de verlaging van de uitkering. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 15% gedurende vier maanden wordt bevestigd wegens niet-naleving van re-integratieverplichtingen.