ECLI:NL:CRVB:2010:BL9280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant is wegens beenklachten als gevolg van een vaatziekte uitgevallen voor zijn werkzaamheden en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels vanwege onvoldoende motivering van de passendheid van functies, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen, met name rugklachten, ernstiger waren dan vastgesteld en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn bezwaren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV toereikend was en dat appellant zijn stellingen niet met medische gegevens had onderbouwd. De Raad stelde vast dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) overeenstemmen met de medische bevindingen.
De Raad concludeerde dat het UWV de belastbaarheid van appellant juist heeft vastgesteld en dat de functies van vleeswarenmaker en productiemedewerker passend zijn zonder overschrijding van de belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.