ECLI:NL:CRVB:2010:BL9793
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsaanvraag na beëindigd geregistreerd partnerschap
Betrokkene diende een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande, maar het College wees deze af omdat betrokkene een gezamenlijke huishouding voert met een persoon met wie hij eerder een geregistreerd partnerschap had dat langer dan twee jaar voor de aanvraag was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het College, omdat het College het onweerlegbaar rechtsvermoeden ten onrechte toepaste. Het College stelde daarop hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het College geen spoedeisend belang had om de voorlopige voorziening toe te kennen, omdat de systematiek van de wet niet ernstig werd geschonden en het College in afwachting van de bodemprocedure een nieuw besluit kan nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestaat om de uitspraak in de bodemprocedure niet af te wachten.