ECLI:NL:CRVB:2010:BL9933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar het College van burgemeester en wethouders van Emmen trok deze bijstand in na onderzoek op basis van een anonieme tip dat zij samenwoonde met [B.]. De sociale recherche voerde observaties en een huisbezoek uit, waarna het College besloot de bijstand terug te vorderen en een maatregel op te leggen wegens het vermeend voeren van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond voor zover het de maatregel betrof, maar liet de intrekking en terugvordering in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde met [B.].
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende feitelijke grondslag had geleverd, vooral omdat het onderzoek niet aannemelijk maakte dat sprake was van wederzijdse verzorging of gezamenlijke kosten. De enkele mededeling dat [B.] tijdelijk verbleef en kosten deelde was onvoldoende. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 12 maart 2007 voor zover het intrekking en terugvordering betrof, herroept het besluit van 28 juli 2006 en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.