ECLI:NL:CRVB:2010:BL9942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellante, die een WAO-uitkering ontving, verzocht om herziening van haar uitkering na een ziekmelding in september 2007. Het UWV weigerde deze herziening per oktober 2007, waarna appellante bezwaar maakte. Het bezwaar werd deels gegrond verklaard en haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen voldoende rekening hadden gehouden met haar lichamelijke en psychische klachten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer lichamelijke beperkingen had en dat onterecht geen urenbeperking was vastgesteld. Zij stelde dat zij sneller zou uitvallen bij werkzaamheden onder haar niveau, wat haar psychotherapeute zou bevestigen. De Raad overwoog echter dat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die twijfel konden zaaien over de vastgestelde belastbaarheid. De informatie van de psychotherapeute leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad wees ook de stelling af dat appellante vanwege jeugdervaringen geen huishoudelijke werkzaamheden kon verrichten, omdat hiervoor geen medische reden was. Tevens werd benadrukt dat de genoemde functies slechts voorbeeldfuncties zijn en niet alle huishoudelijke werkzaamheden omvatten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien en wijst het hoger beroep af.