ECLI:NL:CRVB:2010:BM0265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat volgens hem de medische beoordeling onvolledig was en de vastgestelde beperkingen niet juist. Hij stelde dat in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) onterecht geen beperking was opgenomen voor oververmoeidheid en dat de voorgestelde functies zijn belastbaarheid overschrijden.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond, omdat het verzekeringskundig onderzoek zorgvuldig was en er geen aanleiding was te twijfelen aan de juistheid van de medische beperkingen. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens ingebracht die twijfel kunnen doen rijzen over de vastgestelde beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden van appellant voldoende heeft besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. De drie functies waarop de schatting is gebaseerd zijn medisch passend geacht. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid.