ECLI:NL:CRVB:2010:BM0474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.W. Schuttel
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na deskundigenonderzoek en passendheidsbeoordeling functies
Appellant, sinds 2002 arbeidsongeschikt wegens lichamelijke en psychische klachten, kreeg in 2007 een herziening van zijn WAO-uitkering van 55-65% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Hij maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies niet passend waren gezien zijn psychische klachten en opleiding.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige psychiater, die een lichte angststoornis vaststelde zonder depressie en beperkte appellant in het werken in kleine afgesloten ruimtes. De rechtbank volgde dit oordeel en paste de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) hierop aan. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van de passendheid van functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, maar de Raad volgde de rechtbank en de deskundige. De Raad vond geen aanleiding af te wijken van het deskundigenoordeel, ook niet vanwege aanvullende informatie van een bedrijfsarts en medicatielijst, omdat deze geen wezenlijke nieuwe inzichten boden. De Raad bevestigde de uitspraak en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering, waarbij de belasting van de functies binnen de vastgestelde belastbaarheid blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en het oordeel van de onafhankelijke deskundige.