ECLI:NL:CRVB:2010:BM0485

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2707 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling belastbaarheid

Appellante ontving sinds 1998 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Na een medisch onderzoek in 2007 werd haar belastbaarheid opnieuw vastgesteld via een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV trok daarop de uitkering per 18 juni 2007 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 25%.

Appellante maakte bezwaar en bracht medische informatie in van haar behandelaars en een door haar ingeschakelde zenuwarts, die een hogere mate van beperkingen stelde. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV pasten de FML aan, maar lieten de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische onderbouwing van de zenuwarts onvoldoende objectief was en de arbeidskundige beoordeling de geschiktheid van functies voldoende motiveerde.

In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen en overhandigde aanvullende medische rapporten. De Raad overwoog dat de functies medewerker bank, assistent consultatiebureau, archiefmedewerker en chauffeur personenbusje passend zijn en de belasting niet hoger is dan de belastbaarheid van appellante. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de juiste vaststelling van de belastbaarheid en bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering.

De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en deed de uitspraak in het openbaar op 7 april 2010.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling van de belastbaarheid.

Uitspraak

09/2707 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2009, 07/3037 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 april 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen Advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2010. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Sowka.
II. OVERWEGINGEN
1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), zoals die luidden tot 1 januari 2010.
2. Appellante is per 25 november 1998 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wajong, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Bij een medisch onderzoek op 12 februari 2007 zijn de beperkingen van appellante in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) vastgelegd. Na raadpleging van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) heeft arbeidsdeskundige R.J.F. Klijzing op 17 april 2007 een aantal functies geselecteerd, tot het verrichten waarvan appellante in staat is geacht. Bij besluit van 18 april 2007 is de uitkering per 18 juni 2007 ingetrokken, aangezien de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 25%.
3. In bezwaar is namens appellante informatie van de behandelende sector ingebracht. Het betreft een brief van huisarts P.L. van Dongen van 25 juli 2007, een brief van gynaecoloog dr. J.C. Dijkstra van 19 april 2007 en een brief van dr. R.C.W. Vermeulen, verbonden aan het CFS Research Center Amsterdam van 16 juli 2007. Bezwaarverzekeringsarts P. van Zalinge heeft op 11 september 2007 de door de primaire arts vastgestelde FML op enkele items aangescherpt. Vervolgens heeft bezwaararbeidsdeskundige M.N.J. Kollaard bij haar onderzoek op 24 september 2007 een toelichting ten aanzien van de bij de functies voorkomende signaleringen gegeven en twee van de zes geselecteerde functies laten vervallen. Aangezien dit geen consequenties heeft voor de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid, is het bezwaar bij besluit van 27 september 2007 ongegrond verklaard.
4. In beroep is aangevoerd dat de medische beperkingen van appellante zijn onderschat. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft appellante een rapport van de door haar ingeschakelde zenuwarts dr. H.L.S.M. Busard van 17 maart 2008 in geding gebracht. Deze acht appellante op basis van eigen onderzoek en dossierstudie verdergaand beperkt. Bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge heeft dit oordeel op 29 juli 2008 gemotiveerd bestreden, waarna dr. Busard en de bezwaarverzekeringsarts op 24 november 2008 respectievelijk 19 januari 2009 nogmaals hun zienswijze op de belastbaarheid van appellante hebben gegeven.
5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Onder verwijzing naar een uitspraak van de Raad van 13 september 1996, LJN AL0672 is de rechtbank van oordeel dat dr. Busard zijn conclusie dat appellante niet in staat kan worden geacht te werken niet aan de hand van een objectief medische onderbouwing genoegzaam heeft gemotiveerd. De kritiek van bezwaarverzekeringsarts Van Zalinge op het rapport van dr. Busard wordt door de rechtbank onderschreven. De rechtbank komt tot de conclusie dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag is gebaseerd en ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde medische beperkingen zoals neergelegd in de FML van 11 september 2007. Wat betreft de arbeidskundige beoordeling acht de rechtbank de geschiktheid van de geselecteerde functies afdoende gemotiveerd.
6. In hoger beroep heeft appellante gesteld dat de conclusie van dr. Busard gevolgd zou moeten worden. Het beeld zoals door dr. Busard is geschetst, zou overeenkomen met de bevindingen van de behandelende sector. Voorts heeft appellante op 15 september 2009 nog een brief van dr. Busard overgelegd, waarin commentaar is gegeven op de aangevallen uitspraak. Op 24 september 2009 heeft de bezwaarverzekeringsarts hier nog op gereageerd. Ten slotte is op verzoek van de Raad op 23 november 2009 een toelichting van bezwaararbeidsdeskundige Kollaard in geding gebracht.
7.1. De Raad overweegt als volgt.
7.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid van appellante per 18 juni 2007, zoals weergegeven in de FML van 11 september 2007. De bezwaarverzekeringsarts heeft de in de bezwaarprocedure ingebrachte informatie bij de beoordeling betrokken en in de beschikbare gegevens aanleiding gezien de door de primaire arts vastgestelde belastbaarheid aan te scherpen. De Raad heeft geen aanwijzingen dat onvoldoende rekening is gehouden met de beperkingen van appellante. Wat betreft het rapport van
dr. Busard volgt de Raad de rechtbank in haar oordeel dat diens onderzoek onvoldoende basis vormt voor het aannemen van verdergaande beperkingen. De Raad acht de conclusie van dr. Busard, dat bij appellante sprake is van een ongedifferentieerde somatoforme stoornis op grond waarvan de belastbaarheid van appellante onjuist zou zijn vastgesteld, onvoldoende onderbouwd met objectief medische gegevens.
7.3. Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit overweegt de Raad, dat de schatting - zoals blijkt uit het rapport van bezwaararbeidsdeskundige Kollaard van 24 september 2007- berust op geschiktheid voor de functie van medewerker bank met sbc-code 516070, de functie van assistent consultatiebureau met sbc-code 372091 en de functie van archiefmedewerker met sbc-code 315130. Daarnaast is de functie van chauffeur personenbusje geschikt geacht. Na aanscherping van de FML zijn deze functies ongewijzigd geschikt bevonden en is de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd vastgesteld op minder dan 25%. Gelet op de rapportage van bezwaararbeidsdeskundige Kollaard van 24 september 2007, aangevuld met de rapportage van 23 november 2009 is de Raad van oordeel dat genoegzaam is gemotiveerd dat de belasting in de functies geen overschrijding oplevert van de belastbaarheid van appellante.
7.4. Hetgeen onder punt 7.2 en 7.3 is overwogen leidt tot de conclusie dat het Uwv op juiste gronden de uitkering op grond van de Wajong per 18 juni 2007 heeft ingetrokken, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
8. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J.W. Schuttel en C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M. Mostert.
IvR