ECLI:NL:CRVB:2010:BM0518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken van beperkingen door alcoholgebruik
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding in 2005. Het UWV wees de uitkering af omdat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen had en dat zijn alcoholgebruik als ziekte of gebrek moest worden beschouwd. Hij overlegde een brief van een psycholoog, maar deze leverde geen nieuwe feiten op die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad volgde de eerdere conclusie dat verslaving op zich geen ziekte is, tenzij daaruit beperkingen voortvloeien of klinische behandeling noodzakelijk is.
De Raad oordeelde dat appellant op de datum in geding niet werd behandeld voor zijn alcoholgebruik en dat er geen bewijs was dat hij meer beperkt was dan het UWV had vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van beperkingen door alcoholgebruik.