ECLI:NL:CRVB:2010:BM0523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagaanvraag wegens niet-erkenning Turkse adoptie onder Nederlands internationaal privaatrecht
Appellant verzocht kinderbijslag voor drie kinderen die hij in Turkije had geadopteerd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de adoptie niet werd erkend als een Nederlandse familierechtelijke relatie, waardoor de kinderen niet als pleeg- of eigen kinderen konden worden aangemerkt.
De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof ’s-Gravenhage bevestigden deze weigering, waarbij werd overwogen dat de Turkse adoptie niet voldeed aan de vereisten van het Haagse Adoptieverdrag en Nederlandse erkenning ontbrak. Appellant stelde dat de adoptie wel rechtsgeldig was en dat het onderscheid in behandeling in strijd was met artikel 14 EVRM Pro (discriminatieverbod).
De Raad overwoog dat voor erkenning vereist is dat de adoptie naar Nederlands internationaal privaatrecht binnen de Nederlandse rechtsorde wordt erkend. Dit was niet het geval, mede omdat niet was aangetoond dat de biologische moeder toestemming had gegeven en Turkije destijds geen partij was bij het Adoptieverdrag. Het beroep op artikel 14 EVRM Pro faalde omdat er gewichtige redenen zijn voor het onderscheid, zoals het voorkomen van misbruik van kinderbijslag en het respecteren van gezinslevenrechten.
De Raad concludeerde dat de kinderen niet als eigen kinderen van appellant kunnen worden aangemerkt en bevestigde het besluit van de Svb. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag omdat de Turkse adoptie niet wordt erkend onder Nederlands internationaal privaatrecht.