ECLI:NL:CRVB:2010:BM0774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad waarin het besluit van het UWV werd bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 2 maart 2007.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het UWV een voldoende medische grondslag heeft en dat appellant met zijn beperkingen in staat is de functies te vervullen waarop de resterende verdiencapaciteit is gebaseerd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische en nekklachten meer beperkingen opleveren dan in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn opgenomen.
De Raad stelde vast dat appellant dit niet met nieuwe medische gegevens heeft onderbouwd en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling volledig en juist is. De arbeidsdeskundige rapportages tonen aan dat appellant de belastingen van de functies kan dragen, waaronder zitten, staan, lopen en het verplaatsen van een rolcontainer.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.