ECLI:NL:CRVB:2010:BM0789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde uitkering ondanks beroep op evenredigheidsbeginsel
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond waarin werd geoordeeld dat het UWV terecht de terugvordering en invordering van te veel betaalde uitkering over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 handhaafde.
De Raad stelt vast dat appellante in hoger beroep voornamelijk verwijst naar eerdere bezwaren en niet ingaat op de motivering van de rechtbank. Zij beroept zich op het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat de terugvordering haar onevenredig zwaar schaadt.
De Raad oordeelt dat de rechtbank de gronden van appellante afdoende heeft besproken en gemotiveerd waarom deze niet slagen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de terugvordering en invordering dwingend zijn voorgeschreven en het evenredigheidsbeginsel in deze situatie geen rol speelt.
De Raad bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van te veel betaalde uitkering wordt bevestigd.