ECLI:NL:CRVB:2010:BM0833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat er geen concrete aanwijzingen waren die de medische rapportages van de verzekeringsartsen in twijfel trokken. De medische deskundige Van Daele onderschreef de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), maar kon de voorgestelde urenbeperking niet medisch objectiveren.
In hoger beroep stelde appellante dat haar reumatoloog had aangegeven dat haar ziektebeeld, subacute cutane lupus erythematodes (LE), haar beperkingen medisch objectief verklaart. De Raad concludeerde echter dat het huidbiopt niet paste bij deze diagnose en dat verder onderzoek ontbrak, waardoor ook deze medische onderbouwing onvoldoende was.
De Raad vond dat de medische informatie in het dossier onvoldoende steun bood voor een grotere beperking dan door het UWV was aangenomen. De urenbeperking kon niet worden gerechtvaardigd zonder objectieve medische gegevens. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.