ECLI:NL:CRVB:2010:BM0887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen betrokkene
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van appellant om zijn WAO-uitkering per 2 januari 2007 te herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard op basis van een deskundigenrapport dat cognitieve beperkingen en rugklachten vaststelde. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het rapport had gevolgd zonder nader onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat het rapport van de deskundige onvoldoende medisch objectiveerbare gronden bevatte om de beperkingen te onderbouwen. De Raad concludeerde dat de cognitieve beperkingen niet herleid konden worden tot medische stoornissen en dat er geen deugdelijk onderzoek was gedaan naar de rugklachten. Tevens was betrokkene niet eerder met deze klachten naar voren gekomen.
De Raad oordeelde dat de beperkingen zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige passend waren en dat de functies die appellant aan de schatting ten grondslag legde de mogelijkheden van betrokkene niet overschreden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.