ECLI:NL:CRVB:2010:BM1416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Herschikking personeel binnen concern geen overgang van onderneming volgens artikel 75b WAO en 7:662 BW
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van Holding en het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen over de toerekening van WAO-risico's.
Holding had per 1 oktober 2002 vier werknemers overgenomen van haar dochtervennootschap Installatietechniek. Het UWV had Holding als eigenrisicodrager voor 20% aangemerkt en een WAO-uitkering aan een werknemer van Installatietechniek op Holding verhaald. Holding betwistte dit en stelde dat geen sprake was van overgang van onderneming.
De rechtbank had geoordeeld dat de overgang van de vier werknemers een overgang van onderneming betrof in de zin van artikel 7:662 BW Pro en artikel 75b WAO, en verklaarde het beroep tegen het toerekeningsbesluit ongegrond, maar vernietigde het verhaalsbesluit wegens motiveringsgebrek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter anders. De Raad stelde vast dat de herschikking van personeel binnen het concern plaatsvond en dat de administratieve werkzaamheden van de vier werknemers nauw verweven waren met de installatietechnische activiteiten die de economische kern van het concern vormen. De Raad concludeerde dat er geen zelfstandige economische eenheid met behoud van identiteit was overgedragen, zodat geen overgang van onderneming was.
Daarom vernietigde de Raad het toerekeningsbesluit en herroept het primaire besluit. Het verhaalsbesluit werd eveneens herroepen omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van Holding, beperkt tot reiskosten.
Uitkomst: Het toerekeningsbesluit en het verhaalsbesluit van het UWV worden vernietigd en herroepen omdat geen sprake is van overgang van onderneming.