ECLI:NL:CRVB:2010:BM1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing zaak inzake WW-uitkering
Appellant had een tijdelijk dienstverband dat tussentijds werd verlengd tot 30 juni 2008. Op 27 juni 2008 vroeg appellant een WW-uitkering aan bij het UWV. Op 10 juli 2008 stuurde het UWV een brief waarin werd meegedeeld dat nog geen beslissing werd genomen, in afwachting van een procedure tegen de werkgever. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond met als reden dat appellant een benadelingshandeling had gepleegd door akkoord te gaan met het contract tot 30 juni 2008, waardoor de WW-uitkering pas na 3 september 2008 kon worden uitgekeerd.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Maastricht, die het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar appellant niet-ontvankelijk verklaarde in het bezwaar tegen de brief van 10 juli 2008. De rechtbank oordeelde dat deze brief slechts informatief was en geen rechtsgevolgen had.
In hoger beroep stelt appellant dat de brief wel een besluit is, omdat het UWV het recht op WW-uitkering ontzegt en dat het ook een weigering tot besluitvorming betreft. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief gericht is op rechtsgevolg en dus een besluit in de zin van de Awb is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.