ECLI:NL:CRVB:2010:BM1975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag IOAZ-uitkering wegens niet voldoen aan drie-jareneis zelfstandigheid
Appellante vroeg een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) aan, welke door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste drie-jareneis van onafgebroken zelfstandige bedrijfsuitoefening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij gedurende de periode van 1 mei 2001 tot 1 december 2002 als zelfstandige actief bleef, onder meer door onbetaalde werkzaamheden in haar voormalige bakkerij en voorbereidingen voor een galerie.
De Raad hechtte echter vooral waarde aan de door appellante zelf ingevulde aanvraagformulieren en het handelsregister, waaruit bleek dat zij haar bedrijfsactiviteiten had onderbroken in genoemde periode. De overgelegde verklaringen en jaarstukken overtuigden de Raad niet van het tegendeel.
Daarmee was niet voldaan aan de wettelijke drie-jareneis en werd het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een IOAZ-uitkering wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de onafgebroken drie-jareneis.