ECLI:NL:CRVB:2010:BM2104

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2950 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na overeenstemming over schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn

Appellant en het College van burgemeester en wethouders van Dordrecht stelden hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht. De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek om een nadere uitspraak te doen over het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

Namens de Staat werd aangegeven dat een bedrag van € 1.000,- als compensatie zou worden betaald. Vervolgens trok appellant het hoger beroep op dit punt in en verzocht de Raad om de Staat te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. In dit geval zag de Raad echter geen reden tot proceskostenveroordeling, omdat er geen proceshandelingen waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen.

De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn op 8 april 2010.

Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen na intrekking van het hoger beroep wegens overeenstemming over schadevergoeding.

Uitspraak

09/2950 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het verzoek om schadevergoeding van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie) (hierna: Staat)
Datum uitspraak: 8 april 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van14 december 2007, 05/676.
Bij uitspraak van 10 juni 2009, 08/821 AW, 08/890 AW, 08/2322 AW en 08/3166 AW (LJN BJ0711) heeft de Raad uitspraak gedaan op deze hoger beroepen. Daarbij heeft de Raad onder meer bepaald dat het onderzoek onder nummer 09/2950 AW wordt heropend ter voorbereiding van een nadere uitspaak over het verzoek van appellant om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad de Staat aangemerkt als partij in die procedure.
Namens de Staat heeft mr. E.J. Daalder, advocaat te ’s-Gravenhage, een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Daarbij heeft mr. Daalder aangegeven dat aan appellant een bedrag van € 1.000,- zal worden betaald als compensatie van de overschrijding van de redelijke termijn.
Bij brief van 30 oktober 2009 is door mr. H.Th. Schravenmade, advocaat te Maarssenbroek, namens appellant het hoger beroep op het punt van de overschrijding van de redelijke termijn ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Staat te veroordelen in de proceskosten.
Namens de Staat is gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeel-telijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspaak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over het bedrag aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM.
De Raad ziet geen reden om tot een veroordeling in de proceskosten te komen, reeds omdat van proceshandelingen in deze procedure die voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking komen, niet gesproken kan worden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2010.
(get.) M.C. Bruning.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
HD