ECLI:NL:CRVB:2010:BM2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim na ongeoorloofd contact met partner gedetineerde
Appellant was werkzaam bij de PI Haaglanden en werd verdacht van het onderhouden van (telefonische) contacten met de partner van een gedetineerde, hetgeen leidde tot een onderzoek door het Bureau Integriteit & Veiligheid (BIV). Op basis van tapgesprekken en verklaringen werd vastgesteld dat appellant deze contacten had onderhouden, wat een ernstig plichtsverzuim opleverde.
Appellant stelde dat artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens was geschonden omdat bepaalde stukken niet waren overgelegd, maar de Raad oordeelde dat een disciplinaire strafoplegging wegens plichtsverzuim niet als strafvervolging in de zin van dit verdrag kan worden aangemerkt. Tevens werd geoordeeld dat de gevraagde stukken niet relevant waren voor de zaak en dat nader onderzoek naar de stem van appellant niet noodzakelijk was.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en dat het ontslag niet onevenredig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinair ontslag bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.