ECLI:NL:CRVB:2010:BM2235
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.L.C. Hermans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1943, heeft in juli 2008 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerster stelde vast dat appellant zelf geen vervolging heeft ondergaan, maar onderzocht of hij gelijkgesteld kon worden met de vervolgde vanwege het overlijden van zijn vader in december 1945. Aanvankelijk werd het overlijden van de vader niet toegeschreven aan vervolging, maar na bezwaar werd dit wel erkend.
Appellant stelde dat het overlijden van zijn vader leidde tot een slechte opvoedingssituatie met mishandeling, affectieve verwaarlozing en seksueel misbruik, wat de oorzaak is van zijn psychische klachten. Verweerster handhaafde het standpunt dat deze klachten vooral voortkomen uit de negatieve ervaringen vanaf 1947 en dat het overlijden van de vader slechts een bescheiden rol speelt.
De Raad volgde verweerster en oordeelde dat appellant zijn vader nooit bewust heeft gekend en het gemis van affectie in zijn jeugd centraal staat bij het ontstaan van zijn klachten. Het indirecte verband met het overlijden van de vader is onvoldoende om de klachten toe te schrijven aan de vervolging. Ook was er geen sprake van tegenstrijdige medische adviezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.