ECLI:NL:CRVB:2010:BM2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in dienst gemeente Zoetermeer
Appellante was sinds 1981 werkzaam bij de gemeente Zoetermeer en viel vanaf februari 2003 volledig uit wegens ziekte, waarna zij in 2005 werd ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Zij verzocht om een aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, welke door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad behandelt het hoger beroep.
De Raad onderzoekt of de arbeidsongeschiktheid van appellante hoofdzakelijk werd veroorzaakt door de aard van haar werkzaamheden of bijzondere omstandigheden op het werk. Uit medische rapporten en verklaringen blijkt dat haar arbeidsongeschiktheid vooral verband hield met een aandoening van borstkanker en psychische klachten, die niet objectief als buitensporig aan de werkomstandigheden kunnen worden toegeschreven.
De Raad concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat de werkomstandigheden de oorzaak waren van de arbeidsongeschiktheid die leidde tot de WAO-uitkering en het ontslag. Het verzoek om aanvullende uitkering wordt daarom terecht afgewezen. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een aanvullende uitkering wegens arbeidsongeschiktheid wordt afgewezen.