ECLI:NL:CRVB:2010:BM2407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met bevestiging medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig onderwijzeres, stelde bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een WAO-uitkering en tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering van het UWV over signaleringen bij voorgehouden functies, maar oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden.
Na een nieuw besluit van het UWV, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde appellante in hoger beroep dat bepaalde functies te belastend waren. De Raad bevestigde dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van augustus 2007 voldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, mede gebaseerd op medische rapporten van specialisten en huisarts.
De Raad achtte de arbeidskundige beoordeling van de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend en passend. De overschrijding van de redelijke termijn werd niet vastgesteld omdat de termijn pas begon te lopen bij ontvangst van het bezwaarschrift. De Raad vernietigde het oordeel van de rechtbank over de afwijzing van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn is afgewezen.