ECLI:NL:CRVB:2010:BM3096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens objectiveerbare hypertonie en onjuiste medische grondslag
Appellante, sinds 1999 arbeidsongeschikt door nek- en schouderklachten na een auto-ongeluk, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 4 april 2006 omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name over belastbaarheid bij hoofdbewegingen.
Het UWV nam daarop twee nieuwe besluiten: het tweede handhaafde het intrekkingsbesluit, het derde stelde de uitkering bij tot 15-25% arbeidsongeschiktheid na aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad voor de Rechtspraak benoemde een onafhankelijke revalidatiearts als deskundige, die concludeerde dat er sprake is van een objectiveerbare hypertonie die de klachten verklaart, maar dat de FML niet geheel juist is.
De bezwaarverzekeringsarts was het niet eens met de medische conclusies, maar de Raad volgt de onafhankelijke deskundige omdat diens oordeel zorgvuldig en voldoende onderbouwd is. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit op een onjuiste medische grondslag berust en draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen in lijn met het deskundigenrapport.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen in overeenstemming met het deskundigenrapport.