ECLI:NL:CRVB:2010:BM3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante, voormalig inpakster en later administratief medewerkster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen door verzekeringsartsen en bezwaarprocedures werd haar uitkering ingetrokken wegens onvoldoende verlies van verdienvermogen en medische beperkingen die niet tot arbeidsongeschiktheid leiden.
De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag en het oordeel over de geschiktheid van functies juist waren, waarbij psychische klachten en whiplashklachten niet relevant werden geacht. In hoger beroep voerde appellante aan dat een urenbeperking en reductiefactor niet juist waren toegepast en dat de combinatie van reiken en tillen in haar functie te belastend was.
De Raad concludeerde dat de medische bevindingen van latere artsen de eerdere ernstige beperkingen niet bevestigen en dat de belastingen in de functies relatief gering zijn. De Raad zag geen reden voor benoeming van een deskundige en achtte de reductiefactor niet relevant voor de WAO-toepassing. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.