ECLI:NL:CRVB:2010:BM3121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 en 2007 vond een herbeoordeling plaats volgens het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (aSB), waarna het UWV de uitkering herzag naar 35-45%. Na bezwaar werd dit besluit ingetrokken en de uitkering op basis van het oude Schattingsbesluit (oSB) hersteld naar 80-100%.
Vervolgens werd opnieuw een herbeoordeling uitgevoerd volgens het oSB, leidend tot een herziening van de uitkering naar 35-45%, welke door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen medische of arbeidskundige gronden aanvoerde.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat de lagere vaststelling van arbeidsongeschiktheid niet is toegestaan volgens artikel 34, zesde lid, WAO. De Raad oordeelde dat door het terugkomen op de aSB-herbeoordeling en het laten herleven van de oSB-uitkering de situatie van appellant gelijk is aan een verzekerde die niet op grond van het aSB is herbeoordeeld, waardoor artikel 34, vijfde en zesde lid, niet van toepassing is.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.