ECLI:NL:CRVB:2010:BM3141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang bij beoordeling WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een beslissing van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank Arnhem verklaarde dit bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV een nieuwe beslissing nam die de uitkering ongewijzigd berekende op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.
Naar aanleiding daarvan stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellante hiermee geheel in haar grieven was tegemoetgekomen, waardoor haar belang bij verdere beoordeling van het oorspronkelijke besluit was komen te vervallen. Appellante had daarnaast een verzoek om schadevergoeding ingediend, maar dit betrof voornamelijk kosten die door het UWV waren toegezegd te worden vergoed.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep en het beroep, voor zover gericht tegen de nieuwe besluiten, niet-ontvankelijk moesten worden verklaard vanwege het ontbreken van belang. Verder werd een proceskostenvergoeding aan appellante toegekend, waarbij een forfaitaire vergoeding werd gehanteerd en een verzoek tot afwijking daarvan werd afgewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 april 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang; het UWV is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante.