ECLI:NL:CRVB:2010:BM3146
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzet wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, dat op 15 oktober 2009 niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen deze uitspraak werd namens appellante verzet aangetekend, maar het verzetschrift werd niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
De Raad stelde vast dat het verzetschrift pas op 4 januari 2010 werd ontvangen, terwijl de uiterste dag voor indiening 30 november 2009 was. Appellante gaf als reden voor de late indiening de ziekte van haar moeder, maar deze verklaring werd niet onderbouwd met medische stukken of andere bewijsstukken.
Omdat er geen nadere toelichting werd gegeven tijdens de zitting en geen feiten of omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, oordeelde de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.