ECLI:NL:CRVB:2010:BM3426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medische herbeoordeling en vernietiging rechtbankuitspraak
Appellant ontving sinds juni 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in maart 2006 concludeerde een arts dat appellant arbeid kon verrichten met beperkingen, wat leidde tot intrekking van de uitkering per juli 2006. In bezwaar werd dit besluit herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank het proces niet volgens de vereisten van artikel 8:57 Awb Pro heeft behandeld. De Raad beoordeelt vervolgens zelfstandig de medische beoordeling en oordeelt dat het onderzoek volgens algemeen geaccepteerde methoden is uitgevoerd.
De medische rapportages zijn overtuigend gemotiveerd en geven inzicht in de beperkingen van appellant. Er is geen aanleiding om een deskundige in te schakelen of nader onderzoek te verrichten. De Raad bevestigt dat appellant medisch gezien in staat wordt geacht de geselecteerde functies te vervullen en verklaart het beroep ongegrond. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.