ECLI:NL:CRVB:2010:BM3435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens niet noodzakelijke kosten en ontbreken overleg
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verloor haar toegang tot haar huurwoning vanwege huurachterstand. Zij verbleef tijdelijk op verschillende opvangadressen, waaronder een bed & breakfast en een hotel, zonder voorafgaand overleg met het College. De aanvraag om bijzondere bijstand voor deze verblijfskosten werd afgewezen omdat er andere opvangmogelijkheden waren en de gemaakte kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd.
De Raad oordeelt dat appellante onvoldoende objectief bewijs heeft geleverd dat zij de alternatieve opvangadressen daadwerkelijk heeft benaderd zonder resultaat. Bovendien heeft zij de aanvraag om bijzondere bijstand pas na afloop van het verblijf ingediend, waardoor het College niet kon onderzoeken of goedkopere alternatieven mogelijk waren. Hierdoor heeft appellante een financieel risico genomen dat voor haar rekening komt.
Het beroep op artikel 16 WWB Pro faalt omdat appellante binnen de personenkring van de WWB valt en geen aanspraak kan maken op bijzondere bijstand op grond van die bepaling. De Raad bevestigt daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat de kosten niet noodzakelijk zijn en geen overleg met het College heeft plaatsgevonden.