ECLI:NL:CRVB:2010:BM3534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WW-dagloon berekening op basis van nabetalingen en niet opgenomen vakantie-uren
Appellant verzocht om herziening van het WW-dagloon, omdat hij meende dat niet opgenomen vakantie-uren en nabetalingen van loon uit de referteperiode onterecht buiten beschouwing waren gelaten. Het UWV had het dagloon vastgesteld op basis van het daadwerkelijk genoten loon binnen de referteperiode, waarbij loonbetalingen na afloop daarvan niet werden meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de uitbetaling van niet opgenomen vakantie-uren pas na het einde van de dienstbetrekking kon worden vastgesteld en dat het loon daarom niet in de referteperiode vorderbaar was. Ook de nabetalingen als gevolg van herrekeningen van het loon waren niet aantoonbaar vorderbaar binnen de referteperiode.
De Raad concludeert dat het UWV het dagloon correct heeft berekend en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV heeft het WW-dagloon correct berekend zonder de nabetalingen en niet opgenomen vakantie-uren mee te rekenen.