ECLI:NL:CRVB:2010:BM3561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.R. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijke verlaging WW-uitkering wegens onjuiste informatie appellant
Appellant, voormalig leerling kok, kreeg zijn WW-uitkering tijdelijk met 20% verlaagd omdat hij volgens het UWV onvoldoende sollicitatie-inspanningen had verricht. Hij had bij de aanvraag onjuiste informatie verstrekt over het niet accepteren van ander werk en zijn sollicitatieactiviteiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep tegen de tijdelijke verlaging gegrond is en vernietigt dit deel van het besluit.
De Raad stelt vast dat het UWV mocht uitgaan van de door appellant verstrekte gegevens en dat het niet aan het UWV te wijten is dat deze informatie onjuist was. Daarom is geen sprake van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid en wordt de vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten afgewezen. Ook een schadevergoeding wegens het niet tijdig ontvangen van de uitkering wordt afgewezen, omdat de schade het gevolg is van de onjuiste informatie van appellant.
De Raad veroordeelt het UWV wel tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand. De overige onderdelen van het bestreden besluit blijven in stand. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 april 2010.
Uitkomst: De tijdelijke verlaging van de WW-uitkering wordt vernietigd, schadevergoeding wordt afgewezen, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.