ECLI:NL:CRVB:2010:BM3685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeoorloofde afwezigheid na niet geaccepteerde ziekmelding
Appellante was werkzaam bij de gemeente Rotterdam en was vanaf februari 2004 frequent ziek. Na een re-integratietraject in ander werk werd zij op 19 maart 2007 door de bedrijfsarts geschikt bevonden voor haar oorspronkelijke functie. Op 3 april 2007 meldde zij zich ziek, maar deze ziekmelding werd niet geaccepteerd. Ondanks sommatie verscheen appellante vanaf 4 april 2007 niet op het werk.
Het college schortte daarom haar loon op met ingang van 10 april 2007, aansluitend op een deskundigenoordeel van het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid slechts enkele dagen duurde. Vervolgens verleende het college haar ontslag wegens ongeoorloofde afwezigheid van drie of meer achtereenvolgende dagen.
De rechtbank vernietigde de besluiten wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat appellante geen geldige reden heeft gegeven voor haar afwezigheid en dat het college terecht het ontslag heeft verleend. Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtsgevolgen van de besluiten blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens ongeoorloofde afwezigheid blijft in stand.