ECLI:NL:CRVB:2010:BM3699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke berisping wegens wangedrag in parkeergarage belastingdienst
Appellant, werkzaam bij de belastingdienst sinds 1991, werd op 15 november 2006 berispt wegens plichtsverzuim na een incident in de parkeergarage van de belastingdienst in Amsterdam. Hij reed hinderlijk dicht achter een vrouwelijke collega, gaf onnodig licht- en geluidssignalen, deed denigrerende uitlatingen en weigerde zich op voorgeschreven wijze te legitimeren.
De minister legde aanvankelijk een salarisvermindering op, die na bezwaar werd vervangen door een schriftelijke berisping. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, oordeelde dat het plichtsverzuim onvoldoende was vastgesteld en dat de straf disproportioneel was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het gedrag van appellant in functie plaatsvond, dat de hinderlijke signalen onnodig waren en de uitlatingen denigrerend. Het weigeren van legitimering werd niet bewezen, maar het niet noemen van zijn naam is geen plichtsverzuim. De Raad acht de berisping passend en evenredig, mede gezien eerdere disciplinaire maatregelen tegen appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berisping bevestigd.
Uitkomst: De schriftelijke berisping wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.